Welkom bij Proza Musica

PSALMEN Charles Wood

Status: Gereed Januari 2011
Artikelnummer: 10.220.001


Dat de Geneefse melodieën in Engeland bekend zijn, heeft alles te maken met leven en werk van Charles Wood (1866-1926) en zijn tijdgenoten Gustav Holst (1874-1934) en Ralph Vaughan Williams (1872-1958). Vooral Wood en Holst waren gegrepen door de polyfonie van de renaissance, zoals die beoefend werd door Franse componisten als Claude Goudimel. Bij Wood hoor je die meerstemmigheid meteen al in de eerste strofe van Psalm 42. Maar Wood leefde ook in de romantische 19e eeuw en dat verloochent hij niet. Zijn Psalm 107 heeft een majestueus voorspel dat - zo te horen - de woestheid van de zee uitbeeldt.

Charles Wood gebruikte de Geneefse melodieën soms ook als een uitgebreide chant. Een chant is een meerstemmige reciteerformule, waarop de Anglicaanse kathedraalkoren dagelijks de Psalmen bidden. Hoe Wood een strofisch vers als chant gebruikt, is te horen in zijn Psalm 86 en 130. Hij smeert de onberijmde bijbeltekst over de noten van de metrische melodie. Heel geraffineerd doet hij dat in het Nunc Demittis dat hij kort voor 1920 schreef voor het koor van King's College in Cambridge. Hij integreert de Geneefse meledie van de Lofzang van Simeon in een veel groter liturgisch koorwerk.

Woods compositie 'This is de day of Resurrection' gaat over de opstanding van Christus. Het middendeel met de tekst 'Our hearts be pure from evil' toonzette Wood op de melodie van Psalm 130. Dit is een goede vondst, want de tekst is net zo breekbaar als de melodie. Dat gedeelte is dubbelkorig: een kleinkoor zingt de 'psalm', een groter koor zingt de 'tussenspelen'.

Van grote harmonische schoonheid zijn 'How assling fair' (melodie Psalm 1) en 'O Thou sweetetst source of gladness (melodie Psalm 42). Beide liederen hebben drie coupletten en bij beide behandelt de componist de melodieën op eenzelfde manier. In het eerste couplet laat hij de melodie horen, waarna een bewerking volgt (waarbij in 'How dassling fair' vooral het orgel een rol speelt). In het laatste vers zingt het koor grotendeels eenstemmig waarbij het orgel kan uitblinken in verrassende harmonieën. Een plechtig Amen sluit de compositie af.

Charles Wood werd in 1866 geboren in een huis naast de Anglicaanse kathedraal van de (Noord-)Ierse plaats Armagh. Van 1883 to 1887 studeerde hij orgel bij Charles Villiers Stanford, met wie hij bevriend raakte. In 1888 ging hij in Cambridge wonen om muziekdocent te worden. In 1924 volgde hij Stanford op. Wood componeerde vrijwel uitsluitend kerkmuziek. Vooral in de tweede helft van zijn leven werd de invloed van de Franse psalmen steeds groter. HIj maakt er ook koraalvoorspelen voor orgel over.